
In dit hoofdstuk bekijken we het plafond in het oude (lagere) gedeelte. Wat direct opvalt is de rijke versiering van schilderwerken en stucwerk. Stelt u zich voor hoe het origineel was het plafond lichtblauw geweest. De stucwerken hadden met lichtgrijze verf een schaduwwerking gekregen. Deze versieringen zijn gemaakt door Pater Vicarius en Broeder Cornelis. Beide verbonden aan de Minderbroeders in Maaseik. Ze kregen hiervoor 90 pattacons betaald. Een pattacon was 48 stuivers waard Dus ca. 2 gulden en 40 cent. Pak ‘m beet een gulden of 200, (€80) daar krijg je tegenwoordig geen plafonnetje meer voor gestukadoord.
Het meest opvallend zijn natuurlijk de medaillons, keurig omgeven door stucwerk. Kijkend naar het altaar beginnen we links
• De verplaatsing van het huisje door de engelen.
• Hier tegenover, een priester die weigert zijn geloof af te zweren, hij wordt mishandeld door de Turken.
• Het medaillon links in het midden stelt de genezing van een pestepidemie voor
• Het medaillon rechts in het midden stelt de redding van een schip voor door Maria
• Het overgebleven medaillon aan de linkerzijde stelt een “onkuise” vrouw voor die door Maria gered wordt.
• Op het laatste schilderij wordt een jongeman gered van de duivel.
Als we goed kijken naar een rozet in het hoogste deel zien we daar een een haak Aan deze haak hing een 88 pond zware “kaarsenluchter”. Iets verder zien we het wapen van Clara Elisabeth von Manderscheid Blankenheim.







