
Clara Elisabeth von Manderscheidt Blankenheim
Anna Salomé von Manderscheidt Blankenheim is sinds 1642, kanunnikes en lid van het kapittel in Thorn. Haar zus Clara Elisabeth komt ook naar Thorn. Zij is een beeldschone dame en Salomé verwacht dan ook dat haar zus snel in het huwelijk zal treden. Maar ondertussen is de aanvulling in inkomsten als stiftdame natuurlijk welkom.
Clara krijgt ,via haar broer, een huwelijksaanzoek van Maurits van Nassau Hadamar. Maurits is dan wel een drinkebroer en rokkenjager maar voldoet ruimschoots aan de eisen op sociaal en financieel gebied. Clara vindt Maurits een beetje een bruut en heeft weinig trek in een huwelijk met hem maar de stand verplicht. Clara krijgt echter last van verlammingsverschijnselen en van uitstel komt afstel.
Clara blijft in Thorn. Haar zus bezorgt haar een kanunnikessen titel in Thorn. Haar gestel blijft echter zwak. Zo zwak dat ze bijnaam de “kranke freule” krijgt.
Clara brengt haar tijd door met studeren, borduren en houdt zich bezig met de zwakkeren. Ze geeft jarenlang onderwijs aan een meisje maar komt erachter dat haar studente een losbandig leven leidt en de nachten doorbrengt in een boerderij, in de bossen, ten noorden van Thorn. Nota bene een plaats waar de jaarlijkse processie langskomt.
De oplossing van Clara is wel heel apart. Zij koopt het stuk land met de boerderij. De boerderij wordt gesloopt en Clara laat de kapel bouwen. Een kopie van het huisje van Loreto.

Clara is erg ziek in 1668. Haar zus denkt dat ze zal overlijden. Zij laat al een epitaaf maken in de sacramentskapel die op dit moment nog te zien is in de kerk, links van het hoofdaltaar. Daar staat als datum 1668 op. Echter Clara overlijdt niet. Sterker nog, ze leeft nog 20 jaar. In die tijd bouwt ze de Kapel onder de Linden. In 1688 overlijdt Clara Elisabeth.


